Het gerechtshof Amsterdam moet komende dinsdag een oordeel vellen over een bizarre affaire rond een eigen collega, raadsheer plaatsvervanger prof. mr. H.J De Kluiver, tevens partner bij het chique advocatenkantoor De Brauw, Blackstone, Westbroek.
De Kluiver is ’plaatsvervangend’ rechter, wat betekent dat hij behalve als advocaat óók als raadsheer bij het hof optreedt.
De Kluiver, tevens hoogleraar ondernemingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, probeert via een gerechtelijke procedure de aankoop van zijn grachtenpand aan de Nieuwe Herengracht nummer 115 terug te draaien omdat de studenten in een aanpalend studentenhuis te veel lawaai zouden maken.
Om zijn ’gelijk’ kracht bij te zetten heeft De Kluiver onder andere vanaf het dak van zijn pand video-opnames gemaakt van feestende studenten op 9, 10 en 11 september. Uit verklaringen van omwonenden blijkt echter dat de studenten vooraf bij iedereen een briefje in de bus hadden gedaan om hun borrel aan te kondigen, ook bij De Kluiver.
Het echtpaar Carel (72) en Maria (60) Richter verkocht het zes verdiepingen tellende grachtenpand voor 1,9 miljoen euro op 24 juli, omdat zij vanwege hun leeftijd gelijkvloers wilden gaan wonen.
Om de aankoop terug te draaien, zette het juridische kanon De Kluiver meteen zwaar geschut in. Op 5 augustus stuurde hij het echtpaar Richter een sommatiebrief waarin hij ontbinding van de koopovereenkomst eiste. Bovendien vorderde hij betaling van 2,4 miljoen euro en een schadevergoeding van 460.000 euro. Hij liet direct beslag leggen op de bankrekeningen van het echtpaar en het nieuwe appartement dat ze hadden gekocht.
Tot verbijstering van het echtpaar, dat stelt dat ze de jurist wel vooraf hebben geïnformeerd over de aanwezigheid van het studentenhuis en de overlast in het verleden, heeft de kortgedingrechter mr. De Kluiver in het gelijk gesteld. Carel en Maria zijn veroordeeld om op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag (tot een maximum van 500.000 euro) het grachtenpand terug te leveren.
Het echtpaar staat met de rug tegen de muur en heeft voor de hogerberoepszaak het advocatenduo mr. P. Twaalfhoven en mr. M. Rijntjes van Fort Advocaten in de arm genomen. Het hoger beroep heeft geen schorsende werking voor het kortgedingvonnis. Aan het vonnis moet dus worden voldaan, tenzij het echtpaar in hoger beroep alsnog gelijk krijgt.
Behalve op geluidsoverlast beroept mr. De Kluiver zich ook op de verbouwplannen van de buren, waarvan hij niet op de hoogte zou zijn gesteld.
In hoger beroep hebben op 21 november de raadsheren mr. P. Ingelse, mr. E.E. Tuyll van Serooskerken-Roëll en mr. C. Ch. Mout zich over de zaak van hun collega gebogen. Raadsheer mr. Mout liet zich tijdens de zitting tegenover collega mr. De Kluiver ontvallen: „U gaat naast een studentenpand wonen en u wilt het doodstil hebben? U bent niet de eerste de beste. Als u uitging van stilte bent u naïever dan de gemiddelde Amsterdammer en dat wil ik toch niet aannemen. Dan kunt u beter in Garderen gaan wonen.”
De advocaat van de raadsheer, mr. H.J. Vetter, spreekt over een „lastige zaak”. Vetter: „Het gaat om veel geld. Na de aankoop kwam er informatie naar boven waardoor het pand voor mijn cliënt onaantrekkelijk werd. Het is een mooi pand, maar er zit nu een smet op.”